Huwelijkstrouw

Hoe was alles begonnen? Sonja zat aan het uiteinde van de tafel met haar hoofd in de handen en overwoog de situatie. Ze dacht aan dat feestje, aan Britt en haar man Paul. Ze sloot haar ogen en haalde de gebeurtenissen van die fatale nacht weer voor haar geestesoog.

Op een bepaald moment was ze met Paul naar buiten gegaan. Er volgde wat onschuldig geflirt, waarna ze in het veld beland waren voor een onstuimige vrijpartij. Maar wat een eenmalig avontuurtje moest zijn, was uitgegroeid tot een hartstochtelijke verhouding.

Zes maanden later, na tal van heimelijke afspraken op de onwaarschijnlijkste plaatsen, had ze haar echtgenoot verlaten en was ze met Paul in de stad gaan samenwonen. Echter, na verloop van tijd had ze wroeging gekregen. Britt deed alles om haar echtgenoot terug te winnen en ze had een weg gezocht om het met haar vroegere vriendin weer goed te maken.

Maar telkens weer had ze zich door Paul laten ompraten.

Hun passionele verhouding was uitsluitend gebaseerd op seks. Hoewel eraan verslaafd, was ze haar romantische en brave Jean beginnen missen. Maar die was er niet meer. Hij had het leger verlaten en was naar België teruggekeerd. Ze had wroeging gekregen en wilde met Paul. Maar als ze in zijn armen lag, smolten haar goede voornemens als sneeuw voor de zon.

Wanhopig had ze naar een oplossing gezocht en op een dag had ze een inval gekregen. Ze vertelde Paul dat ze een huis in België zou huren omdat ze Britt niet meer onder de ogen wilde komen. Ze wist dat zijn aanvraag voor een overplaatsing naar een eenheid in België tijd zou vergen. In die tijdspanne zou ze het met Jean weer goedmaken en samen met hem een nieuw leven beginnen.

Nadat ze eindelijk haar eigen woning had betrokken, had ze naar Britt gebeld en haar meegedeeld dat ze het met Paul wilde uitmaken. ‘We waren nooit verliefd, Britt. Geloof me, het was pure passie. In wezen houdt Paul van jou en ik van Jean. Daarom ben ik verhuisd. Kunnen we elkaar niet treffen en wat bijpraten?’

Aan de andere kant van de lijn was het even stil gebleven. Dan had ze de verlossende woorden gehoord. ‘Goed, ik denk dat we dit zo snel mogelijk achter ons moeten brengen.’

Die middag had Britt haar bezocht en ze hadden het uitgepraat bij een kop koffie en een gebakje. Ze hadden gehuild als kleine kinderen en ze waren in elkaars armen gevallen. Daarna had ze Paul gebeld om het af te maken, maar hij had niet geantwoord. Dus had ze hem een sms’je gestuurd. Daarna had ze Jean gebeld en tot haar innige vreugde was hij bereid om hun huwelijk een tweede kans te geven. Enthousiast had hij beloofd om de volgende dag langs te komen. Tranen waren in haar ogen geschoten en Britt had mee gehuild. Bij het afscheid hadden ze elkaar heftig omarmd.

Alles was als weleer.

 

Sonja opende haar ogen, slaakte een diepe zucht en keek naar de mobiele telefoon die voor haar op de tafel lag. Ze wachtte nog steeds op Pauls reactie. Na Britts vertrek had ze een nieuw sms’je verstuurd.

‘Paul, ik denk dat het beter is dat we elkaar niet meer zien. Jean en ik gaan nu weer samen. We waren fout. Je weet dat onze affaire niets met liefde te maken heeft. Het ga je goed. Britt en Jean hebben het ons vergeven. Morgen is hij weer bij mij. Ik wens je veel geluk met Britt. Ze is een prachtige echtgenote.’

Tot haar verbazing liet Paul niets van zich horen.

 

 

De avond was gevallen. Sonja had zich omgekleed en droeg een zijden nachtpon met daarover een lichtblauwe morgenmantel. Nadat ze alle deuren had afgesloten, ging ze in de keuken een glas vruchtensap inschenken. Ze pakte een vrouwenblad en ging in de huiskamer zitten.

Maar ze kon zich niet op haar lectuur concentreren. Verontrust vroeg ze zich af waarom Paul niets van zich liet horen. Dat had hij nog nooit gedaan.

Voor alle zekerheid verstuurde ze nog een bericht.

Paul bleef stom.

Ze bladerde zonder iets te lezen en dacht aan haar man. Sinds maanden had ze hem niet meer gezien en ze vroeg zich af hoe het weerzien zou verlopen. Ze wilde het hem zo aangenaam mogelijk maken. Diep in haar binnenste was ze overtuigd dat hij nooit had opgehouden van haar te houden. Toen hij Duitsland had verlaten, had ze voor de eerste keer tranen in zijn ogen gezien. Hij had een lang moment diep in haar ogen gekeken. Vervolgens had hij een diepe zucht geslaakt, had zich met een ruk omgedraaid en was hoofdschuddend weggelopen. Daarna had ze hem niet meer weergezien.

Het geluid van een motor schrikte haar op. Verwonderd keek ze naar de terrasdeur en zag lichtstralen van koplampen over de oprit glijden. Het was een zware motor.

‘Dat kan toch niet,’ mompelde ze binnensmonds. Had Jean niet gezegd dat hij in de voormiddag zou langskomen?

Wilde hij haar verrassen?

Of controleren of ze werkelijk alleen was?

De lichten gingen uit. Ze hoorde een portier opengaan en dichtslaan. Voetstappen naderden de terrasdeur. Achter de gordijnen dook een donkere gestalte op en ze hoorde een zacht geklop op de ruit. Haar hart klopte als razend en ze haastte zich naar de deur.

Verwachtingsvol deed ze open.

 

Jean voelde zich de gelukkigste man op aarde. Zijn Sonja was weer bij zinnen. Eindelijk had ze genoeg gekregen van de egoïstische vrouwenjager zonder inlevingsgevoel. Als voormalige vriend kende hij Pauls zwakheden, maar hoe kon je dat aan een vrouw vertellen die door zijn charme gehypnotiseerd leek?

De slag was hard aangekomen. Eerst had hij geleden. Maar dan had hij zich willen wreken. Dat was fout geweest en hij was blij dat aan alles een eind kwam. Het leven kon hervat worden waar het zes maanden eerder was gestopt.

Ik had nooit een minnares mogen nemen, dacht hij. Maar waarom zou hij zich nu schuldig voelen? Hij was het slachtoffer geworden van Pauls en Sonja’s verraad. Zijn verhouding was daar een reactie op. Een probleem voor later.

Hij reed de oprit op en verstijfde. Wat is hier gaande? Als gebiologeerd staarde hij naar de militaire Land Rover en de witte BMW ervoor. Wat doet Paul hier? Sonja’s auto kon hij nergens bespeuren. Die zal in de garage staan, veronderstelde hij. Heel even overwoog hij of hij niet beter kon verdwijnen.

Ditmaal niet, besliste hij. Hij kneep zijn lippen op elkaar en trapte op de rem. Tien seconden later stond hij aan de terrasdeur. Ook al stond die op een kier, toch klopte hij aan. Meerdere keren.

Geen antwoord.

Voorzichtig duwde hij de deur open, betrad de woonkamer. Niemand.

Met een paar lange passen stond hij naast de tafel en bleef abrupt staan. Voor hem lagen twee omvergeworpen stoelen, en hij meende gedroogd bloed te herkennen op het parket.

‘Sonja,’ riep hij richting traphal. Alleen een echo weergalmde door de gang en hal.

Zijn hart klopte hevig en hij kreeg een onaangenaam gevoel in de maagstreek. Hij volgde het spoor van de gedroogde vlekken tot aan de traphal. Aarzelend keek hij rond. Geen enkel geluid verbrak de akelige stilte. Voorzichtig besteeg hij de trappen; de treden vertoonden onregelmatige donkere vlekken en hun gekraak klonk onheilspellend in zijn oren.

Boven gekomen werd zijn aandacht getrokken door twee openstaande deuren. Door de eerste zag hij een eenvoudige houten trap, achter de andere ontdekte hij een slaapkamer en liep ernaartoe met bange voorgevoelens. Toen hij naar binnen stapte stond hij aan het voeteneinde van een doorwoeld bed waarvan de lakens en dekens bruine vlekken vertoonden.

Maar er was niemand.

Hij vocht tegen opkomende paniek en draaide zich om.

‘Sonja, waar ben je?’ riep hij richting trap.

Niemand antwoordde.

Na nog eens te hebben rondgekeken, haastte hij zich naar de andere deur en besteeg behoedzaam de steile trap naar de zolder. Het gekraak van de treden klonk als pistoolschoten in zijn oren en hij kreeg er al spijt van dat hij de woning was binnengegaan. Traag stak hij zijn hoofd boven de zolderbodem, terwijl zijn ogen van links naar rechts dwaalden. Een volledig ontruimde plaats, afgezien van een omgevallen stoel achter een betonnen steunpilaar. Hij nam de laatste treden, betrad resoluut de zolder, deed twee stappen naar voren en passeerde de pilaar. Nu kwam de rest van de ruimte in zijn blikveld.

Hij verstijfde.

Een gedempte kreet ontsnapte zijn keel.

De stoel leek op degene die hij in de huiskamer had gezien en was met opzet omvergeworpen. Daarboven bengelde een man aan een touw dat vastgemaakt was aan de dwarsbalk. Iemand in militair oefentenue. Ook al vermoedde Jean wie het was, deed hij nog een paar stappen naar voren en stopte.

Geen twijfel mogelijk. Het opgezwollen gezicht met uithangende tong was dat van Paul. Onthutst draaide Jean zich om.

Waar was Sonja gebleven?

Hij ijlde de trappen af, sprong de slaapkamer binnen, keek in het rond als een gejaagd dier op zoek naar een verborgen prooi, terwijl hij trachtte te raden wat er voorgevallen was. Naast het bed lagen een gescheurd nachtgewaad en een tanga. Hij liet zijn ogen verder door de kamer dwalen totdat hij zichzelf gereflecteerd zag in de spiegel van de grote eiken garderobekast. Aarzelend schoof hij ernaartoe, bleef zichzelf even beteuterd aanstaren en draaide de sleutel om. Voorzichtig trok hij de deuren open en verstarde.

Een jonge vrouw zat volledig naakt in de hoek op de bodem.

Haar rug leunde tegen de zijkant, haar bebloed gezicht was voorovergebogen en haar kin rustte op haar opgetrokken knieën. Meteen zag hij de diepe hoofdwonde boven haar linkerslaap.

‘Sonja,’ gilde hij geschrokken. Hij boog voorover en de aanblik van haar door talrijke messteken lelijk toegetakelde borsten lieten hem ontzet terugdeinzen.

Tranen schoten in zijn ogen. Even hoopte hij dat ze nog leefde. Zijn trillende vingers raakten haar even aan en hij trok met een huivering zijn hand terug. Haar huid was koud en stijf. De rigor mortis was al in een gevorderd stadium.

‘Nee.’ Zijn door merg en been dringende kreet drukte zowel wanhoop als ondraaglijke pijn uit en weergalmde door het hele huis. Hij kon zijn ogen niet van haar afwenden, wilde haar in zijn armen nemen, haar troosten, tegen haar praten. Maar uiteindelijk bleef hij hulpeloos staan met afgezakte, schokkende schouders en vertrokken gezicht.  Dikke tranen rolden over zijn wangen.

‘Paul waarom heb je dat gedaan?’ steunde hij.

Op dat moment hoorde hij een vaag geluid achter zijn rug.

 

‘Hallo Jean, wat doe jij hier?’ De stem kende hij en toch liep er een koude huivering langs zijn ruggengraat. Met een ruk draaide hij zich om.

‘Jij?’ stamelde hij onthutst.

De vrouw in de deuropening droeg een donker joggingpak waarop duidelijk opgedroogde bloedvlekken zaten. Haar zo vertrouwde gezicht dat in zijn armen verrukking had uitgestraald, was bebloed en vertrokken in een hatelijke grijns. Haar ogen hadden alle glans verloren en hij was er niet zeker van of ze hem wel zag.

‘Wat heb ik je beloofd?’ fluisterde ze.

Hij deed een stap naar haar toe. ‘Wat is er hier gebeurd?’

Ze schudde haar hoofd heen en weer en lachte schamper. ‘Jouw Sonja wilde het weer zoals vroeger. Maar nu heeft ze de rust waarnaar ze zo vertwijfeld heeft gezocht. Paul is gek geworden van verdriet en is zich boven gaan ophangen.’ Haar schelle lach bezorgde hem koude rillingen.

Langzaam schuifelde hij naar haar toe. Ze leek hem niet te zien, bewoog geen vin.

‘Heeft Paul Sonja…’ begon hij.

Ze giechelde als een schoolmeisje. ‘Sonja wilde ons geluk verstoren en daartoe had ze geen recht meer.’ Haar neerhangende schouders trilden.

Jean veronderstelde dat ze in schok verkeerde. Was ze al die tijd samen geweest met die twee lijken? Sonja moest al uren dood zijn. Maar waarom had Paul Sonja vermoord?

Hij trachtte haar te bedaren.

‘Alles is nu voorbij,’ zei hij zacht en hij legde zijn handen op haar schouders. Zachtjes trok hij haar zachtjes naar zich toe. ‘Alles is voorbij,’ zei hij sussend.

‘Nee, niet alles is voorbij,’ hoorde hij haar fluisteren. Hij bracht zijn hoofd dichter naar haar toe en zijn ogen zochten de hare. Maar wat hij daarin las bezorgde hem een schok. Dat kan toch niet. Haar rechterhand schoot vanachter haar rug naar voren. Hij voelde iets tegen zijn borst stoten en trachtte van haar weg te komen.

Tevergeefs. De vrouw was in een helse furie veranderd. Keer op keer stootte ze de dolk naar voren en terug. Toen hij zijn mond opende om te gaan schreeuwen, haalde ze het lemmet over zijn keel. Zijn bloed spoot over haar gezicht, haar borst. Zijn keel bracht alleen nog maar akelig gorgelende geluiden voort. Terwijl hij het bloed smaakte dat tussen zijn lippen sijpelde, viel hij als een blok achterover op het bed. Maar hij leefde nog.

‘Je was gewaarschuwd dat geen enkele vrouw jou van mij zou wegnemen,’ stamelde ze hees. Haar neerhangende hand liet de dolk los en hij viel kletterend op de parketvloer.

Jean kon zich niet meer bewegen maar zijn hersenen werkten nog. Hij besefte dat de dood nakend was, dat hem nog weinige seconden bleven. Maar die volstonden. Terwijl de duisternis als een deken over hem heen gleed en “De Dood” zich klaarmaakte om hem mee te voeren naar zijn eeuwige rijk, werd hem alles duidelijk.

Nooit had hij vermoed dat deze ontgoochelde vrouw meer dan vergetelheid in zijn armen had gezocht. Al die tijd had hij geloofd dat ze beiden wraak namen op de personen die hen hadden bedrogen. Hij was met haar tussen de lakens gekropen in de hoop daarmee zijn vrouw terug te winnen. Maar nu herinnerde hij zich dat deze furie hem had verleid. Vanaf het moment dat ze elkaar hadden ontmoet had ze het op hem afgezien. Hoe heb ik kunnen denken dat ik door haar te neuken, Sonja kon terugkrijgen? Toen ze had gehoord dat Sonja weer naar hem zou terugkeren, waren haar zekeringen doorgeslagen. Hoe had hij kunnen overzien dat deze mooie vamp psychisch gestoord was? Zij had ervoor gezorgd dat Paul en Sonja elkaar in de armen vielen omdat ze verliefd was op hem! Altijd geweest en daarom moesten Sonja, Paul en hij sterven.

De oneindige duisternis overviel hem.

 

Ze had gespeeld en verloren. Weldoordacht had ze Sonja gevraagd om met Paul te flirten. Een spelletje onder vrienden om te testen hoe trouw hun partners wel waren. Zo had ze vrije baan gekregen om Jean voor zich in te palmen. Zolang hij bij Sonja was, zou dat nooit mogelijk zijn geweest.

Haar plannetje was gelukt, maar nu begreep ze dat Jean nooit van haar had gehouden. Hij had haar misbruikt om zijn vrouw terug te winnen. Daarom had ze beide bestraft. Jean had geen recht meer om verder te leven nadat hij haar leven had verwoest.

Waarom moest hij verdomme bij Sonja terugkeren?

Twee uur later verliet Britt het huis. Onherkenbaar door de pruik met de lange blonde haren en de uitdagende minirok die nauwelijks iets bedekte. Ze zag er betoverend uit.

Ze kroop achter het stuur van de 4×4 Toyota. Ergens wachtte een man op haar.

Een week later werd de wagen teruggevonden in een ravijn in de Alpen.

Maar van Britt geen spoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *