Sarajevo, gevaarlijke relaties.

Uittreksel : “Omerta” in herwerking (eindredactie).

Butmir, Sarajevo 2000.

Jean Lamy stak zijn ID-kaart terug weg, groette de wacht en haastte zich doorheen de smalle passage die aan weerszijden met een metalen roosternet was afgebakend. Aan het uiteinde glipte hij voorbij het afsluitpoortje, verliet het militaire kamp Butmir en liep met grote stappen naar de wachtende taxi. Hij schoof op de plaats naast de chauffeur, lachte hem vriendelijk toe en zei: ‘Ilidza.’

Jean keek nog eens over zijn schouder door de achteruit, maar zag niets verontrustends. Bijna onmerkbaar slaakte hij een zucht van verlichting. Wat kon er eigenlijk verkeerd gaan? De dienst was voorbij en hij was in burger, een voorrecht dat weinig officieren hadden. Na de vergadering op de Afdeling Operaties met de chefs van de interventieploeg Doom, was hij zo snel mogelijk naar zijn wooncontainer gelopen om zich om te kleden. Hoewel hij zonder enig probleem ook in uniform het kamp had kunnen verlaten, verkoos hij om zo discreet mogelijk tewerk te gaan.

De chauffeur was een vijftiger met een typisch Slavisch, hoekig gezicht met dikke wenkbrauwen, haakneus en vlezige mond. Hij droeg een verfomfaaide bruine broek en een geruit sporthemd dat dringend aan een wasbeurt toe was. Maar Jean had andere zorgen dan zich druk te maken over de gebrekkige hygiëne van de man.

Kamo zelite ici? – Waar wil je naartoe?’ vroeg deze met de hese stem eigen aan de kettingroker. De wijs-en middelvinger waren donkerbruin gekleurd van de nicotine.

Miami bar, ali trebali biste iduci uz aerodrom – Miami bar, maar je moet langs de luchthaven voorbij.’

Dobro – Okay.’ Er speelde een lichte grijns op het gezicht van de oudere man, toen hij gas gaf en de brede laan opreed.

Waarschijnlijk denkt hij dat ik naar de meiden ga.

Jean sprak de lokale taal meer dan behoorlijk en dat was ook de reden waarom hij die post bij de Black Tigers had gekregen. Aanvankelijk had hij zich nooit afgevraagd waarom dat multinationaal bataljon nergens op een organigram voorkwam terwijl het door een Amerikaanse generaal bevolen werd wiens file enkel voor een handvol hooggeplaatste functionarissen in het Pentagon toegankelijk was. Onwillekeurig voelde Jean een koude rilling langs zijn rug lopen telkens als hij aan deze schrikaanjagende bevelvoerder dacht, zijn directe chef die hij ervan verdacht hem niet in zijn hart te dragen.

Zou hij iets vermoeden?

Deze kolossale vijftiger was een oorlogsveteraan die de eerste Golfoorlog als kolonel had meegemaakt en die vervolgens special voor deze functie werd uitgekozen omwille van zijn eigenzinnig karakter en speciale verhoormethodes. Lamy was ervan overtuigd dat hooggeplaatste personen de oorlogsveteraan deze functie hadden gegeven om hem uit de handen te houden van bepaalde mensenrechtenorganisaties die al te veel belangstelling hadden getoond voor zijn daden in Irak. Na zijn opdracht ginder was hij als van de aardbodem verdwenen; hij stond in geen enkele personeelsregister geregistreerd. Nationale veiligheid, gesneuveld in de woestijn. Zijn personeelsakte had zich in rook opgelost en Jean betwijfelde of zijn naam echt was.

Brigadegeneraal Dugan Hunsville was een imponerende kerel van bijna twee meter, breedgeschouderd en gespierd door dagelijkse trainingen van twee uur in de powertrainingszaal of het zwembekken. Zijn hoekig gezicht, dikke zwarte wenkbrauwen, groene ogen, scherpe neus en gladgeschoren schedel gaven hem een schrikaanjagend uitzicht. Weinig personen weerstonden zijn doordringende blik meer dan vijf seconden.

Jean wist dat de generaal richtlijnen kreeg zowel van het Internationaal Gerechtshof als van de Speciaal Afgevaardigde van de Secretaris-Generaal. Als hij er ooit achter komt wat ik hier werkelijk doe, kan ik best honderden kilometer ver weg zijn, dacht hij en een huivering doorvoer zijn lichaam. De afwezigheid van de generaal op de vergadering had hem verontrust. Dat was nog nooit voorgekomen.

Als chef van het departement inlichtingen hield Jean zich uitsluitend met het verzamelen van informatie bezig, maar generaal Hunsville kreeg steeds een kopij van ieder rapport dat door om het even welke bron op het terrein aan het hoofdkwartier werd overgemaakt. Zijn agenten waren hoofdzakelijk Bosniaks die vooral in de Republika Srpska opereerden. Al werkte hij nauw samen met majoor Brisant, chef operaties en coördinator van de verschillende interventieploegen die oorlogsmisdadigers moesten gevangennemen, nam hij nooit deel aan de nachtelijke raids.

Zonder dat Jean het gemerkt had, waren ze de luchthaven voorbijgereden en bevonden ze zich op het draaipunt Stup, waar de taxi links afboog richting Ilidža. Jean wierp opnieuw een nerveuze blik naar achteren. Niemand volgde hen.

Het verkeer was nu wel drukker geworden. De rijstijl van de zwijgzame chauffeur leek helemaal niet op die van de meeste van zijn collega’s die zich wild doorheen het verkeer slalomden en alle verkeersbeperkingen misachtten.

Het was nog vroeg in de ochtend, amper halfzes en Jean vroeg zich af of de club al open was. Nu ja, hij wist dat hij mocht bellen en de vastgelegde code gebruiken. Wat hij deed, bezorgde hem nachtmerries, maar wat kon hij anders doen? Ze hadden hem in hun macht en hij had weinig keus, wilde hij zijn loopbaan niet verliezen.

Ze reden over de brug van de Zeljeznica en sloegen linksaf aan de rode lichten. Even later passeerden ze het vroegere SFOR-hoofdkwartier. Ze bleven vijf minuten de Hranicka cesta volgen, sloegen rechtsaf en bevonden zich op een verlaten landweg.

Jean controleerde opnieuw of hij werd gevolgd, maar niemand draaide de landweg op. Voor het eerst sinds hij Butmir had verlaten, voelde hij zich gerustgesteld.

Ik had hen moeten bellen.

Maar telefoneren leek hem gevaarlijker. Hij wist dat alle mobiele telefoons van het personeel door de Britten werden afgeluisterd. Telefoneren betekende zo goed als zelfmoord.

De weg liep in het midden van een groene vlakte en slingerde zich doorheen onbewerkte akkers. Binnen enkele ogenblikken zouden ze de onzichtbare grens met de Servische Republiek overschrijden. Na een lange linkse bocht schrok hij zich een bult. Ongeveer driehonderd meter verderop stond een olijfgroene landrover met zwarte vlekken dwars over de weg.

De taxichauffeur vloekte iets binnensmonds en vertraagde.

‘Kontrola,’ siste hij.

Jean zag twee gecamoufleerde mannen voor het voertuig staan. De ene hield een automatisch wapen voor de borst, maar de andere had zijn handen op de rug.

Wat doen die hier?

Tevens had hij opgemerkt dat de twee tot de Zwarte Tijgers behoorden want ze droegen de camouflagepakken met de kleuren die veel gelijkenis vertoonden met die van de Nederlandse pakken.

Toen de taxi op een tiental meter was gekomen, viel het hem op dat de mannen ook bivakmutsen droegen, zoals ze deden als ze in opdracht een raid tegen gezochte misdadigers uitvoerden.

Wat heeft dat verdomme te betekenen?

‘Zaustaviti – Stilstaan,’ schreeuwde de man zonder wapen. Hij hief nonchalant een hand omhoog en hield de ander achteloos op zijn rug. Jean vroeg zich af of ze de Federatie al hadden verlaten.

Ze moeten me toch herkennen.

Toen de taxi stil stond, overwoog Jean wat hij het beste kon doen of niet doen.

Nema problema, to su ljudi iz moje jedinice – geen probleem, dit zijn mannen van mijn eenheid,’ probeerde hij de chauffeur gerust te stellen en hij stapte uit.

Ostani gdje si – Blijf waar je bent,’ beval de man zonder wapen op scherpe toon.

I am major Lamy, G2 of the Black Tigers…Ik ben majoor Lamy, G2 van de Zwarte tijgers,’ zei hij luid.

‘En wat doe je hier, majoor?’ vroeg de man nu ook in het Engels.

‘Ik bezoek eh… vrienden.’

‘Zozo, je bent dus een vriend van de Miami?’ vroeg de man op barse toon. Jean kende alle personen van het bataljon, maar deze stem zei hem niets.

‘Wat bedoel je?’

‘Majoor Lamy, je bent een schande voor je land! Denk je werkelijk dat we niet weten waarom je hier bent? De vergadering was een plannetje van onze ouwe…’

Hunsville, schoot het door Jeans hoofd. Tevens begreep hij dat hij in een valstrik was gelopen. Deze mannen hadden op hem gewacht.

‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg de gemaskerde bars. Zijn rechterhand kwam nu vanachter de rug tevoorschijn en daarin herkende Jean tot zijn ontsteltenis een Glock met geluidsdemper.

Verdorie, ik heb mijn wapen niet bij!

Niemand hoefde hem uit te leggen wat er nu stond te gebeuren. Hij was een ervaren inlichtingendienstofficier, werkte in een schemerorganisatie. Hij bestond niet eens.

De gemaskerde naderde nog een stap. ‘Dus jij bent de informant.’

‘Hoe bedoel je? Ben je gek geworden? Ik heb een opdrachtgever net als jullie, maar die van mij is niet de ouwe. Je weet niet wat je doet!’ Hoe was het mogelijk dat de verschillende departementen van elkaar niet wisten wat ze deden.

‘Wij weten heel goed voor wie je werkt, mijn beste majoor. Tot nu toe gingen we allen akkoord, maar de politieke situatie is aan het veranderen en jij bent daar nu de dupe van.’

Dat kon toch niet. Ook hij werkte voor een Europese regering. Hij was geen spion noch informant. Hij was geen verrader. Toch niet in de letterlijke betekenis van het woord. Hij handelde in opdracht. Verhinderen dat Mladic en Karadzic werden aangehouden.

Belgrado heeft het met de EU op een akkoord gegooid.

Veel tijd om daarover na te denken kreeg hij niet.

De man naderde tot op twee passen en richtte de loop van de donkere Glock op zijn borst.

‘Met de groeten van de Ouwe,’ siste de man.

Jean hoorde niet eens het ploffende geluid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *